Na een uur of twintig was het verhaal van Need For Speed: Unbound klaar, maar ik kan je nauwelijks iets erover navertellen. Er was een garagehouder die recalcitrante racers adopteerde, waarvan er eentje stiekem vertrekt met een opgevoerde auto. En die moet je nu terugwinnen. In alle eerlijkheid: Need For Speed speel je ook niet voor de intrigerende verhaallijnen en Oscar-waardige performances. Je wil gewoon volgas door bochten gaan met de mooiste auto’s.
En wat dat betreft maakt ‘Unbound’ het merendeel van de verwachtingen waar. De auto’s rijden goed, de upgrades maken echt verschil en je kan weer behoorlijk veel tweaken aan je auto. Sure, het zal nooit Gran Turismo 7 of Forza Motorsport worden, maar je merkt wel verschil als je een beetje hebt lopen stoeien met de instellingen van je auto.
En dat is uiteindelijk voor mij wel het meest boeiende: Ik weet dat ik weer zesduizend pionnen moet omstoten, over negenhonderd ramps moeten springen en tachtig uur bezig ben met het vinden van die laatste collectible. Maar ik wil het wel doen in een auto die een beetje lekker drift over virtueel asfalt.
Het verhaal kan je dus prima vergeten. Er is weer rivaliteit, er zijn races en je hebt een garage die gerund wordt door iemand die chronisch klaagt. Het meest opvallende is de verplicht dag- en nachtcyclus in de game. De storyline speelt zich af in vier “weken”, waarbij je in de avond races kan doen die ervoor zorgen dat het verhaal verder gaat en overdag vooral kan oefenen en collectibles zoeken.
Nergens is deze Need For Speed baanbrekend of een complete verandering ten opzichte van de vorige paar games. Wat geen probleem is voor de liefhebber, maar misschien teleurstellend kan zijn als je dacht dat de formule eindelijk eens helemaal opgeschud zou worden. Dat is niet gebeurd. Niet eens een beetje.
Wat je overhoudt is gewoon prima entertainment. Ik heb nergens echt willen gooien met m’n controller, naarmate de auto’s sneller werden, was het ook steeds makkelijker om alle challenges te halen (Je moet weer overal drie sterren pakken bij dingen als speed traps en ramps) en was het wel rustgevend om een beetje door een stad te rijden die je na zoveel uren gamen eigenlijk wel een beetje begint te leren kennen qua route.
Deze Need For Speed is een beetje als een liedje van Ed Sheeran. Je doet er echt helemaal niemand kwaad mee, maar je gaat ook niet heel veel mensen tegenkomen die zeggen dat dit de beste release van het jaar is. En dat hoeft ook niet altijd natuurlijk.

