We gaan alweer richting eind april. Wat niet alleen betekent dat het land binnenkort massaal oranje kleding uit de kast trekt om te vieren dat Willem-Alexander jaarlijks een tikkie van 7,3 miljoen euro mag sturen om lintjes door te knippen, maar ook dat veel mensen “voorjaarsvakantie” gaan vieren.
Maar omdat die andere oranje alleenheerser de rest van de wereld economisch gegijzeld houdt, moet er iets anders bedacht worden dan de jaarlijkse creditcardio run richting verre bestemmingen. En dus togen mensen weer massaal naar de camping.
Als verwende millennial moet ik ruimhartig toegeven dat er weinig dingen zijn die me ongelukkiger maken dan vrijwillig slapen in een plaggenhut van polyester. Maar het zal vast z’n charme hebben: Elke avond slappe knakworsten opwarmen in een tinnen pannetje om het daarna op een zompig broodje te drukken met een klodder mosterd van Gouda’s Glorie, die je gaat bunkeren terwijl je leunt tegen de vouwwagen van de overburen. Om het daarna gretig weg te spoelen met een blikje Dors bier uit de koelbox.
De koelbox waar je zelf in moet liggen, want tenzij je tent is gemaakt door Canada Goose, ga je nachts afsterven van de kou. Al kampeer je op de evenaar, zodra de zon weg is, wordt het min tien daarbinnen. De ironie wil natuurlijk ook wel dat je in de ochtend badend in het zweet wakker wordt, alsof je in een oververhitte airfryer ligt te bakken. Waar je uit strompelt omdat je luchtbed natuurlijk halverwege de nacht is leeggelopen en je nu vijf misplaatste ruggenwervels hebt. De nacht die toch al moeizaam verliep omdat alle bewoners van de tenten om je heen hun reproductieve organen hebben liggen testen tot een uurtje of drie én omdat je nachtmerries had van het animatieteam dat elke dag aquarobics geeft aan een groepje boomers die al twee hypotheken heeft afbetaald.
En dan hebben we ’t nog niet eens gehad over de 89% kans op regen in Nederland, waardoor je tent op een moddergletsjer bleek te staan en nu nog schever is dan de woningmarkt. Iets waar je je enorm aan ergert, maar niet zoveel als het moment waarop die ene vent met een gitaar komt opduiken. Ochtend, middag, avond (inclusief levensgevaarlijk kampvuur) het maakt niet uit, hij kan drie akkoorden spelen en bewijst dat door 24/7 ‘Wonderwall’ te pingelen. Je wil bijna hetzelfde met zijn stem doen als gebeurde met die muur in Berlijn. De camping, zucht.
En het had zo anders kunnen zijn, lekker ingeblikt door het luchtruim richting een zonnig oord, waar je twee weken leeft van zonnebrandcrème en cocktails. Dat is wel het beeld dat ik heb van plekken als Punta Cana: azuurblauw water, goudgele stranden en dieprode creditcards. En geen vouwwagen te bekennen. Wél veel goede feestjes. Waarschijnlijk met muzikale ondersteuning van Ronnie Flex, DJ DYLVN, Carel, ADF Antje en Trapmoneybiggie. Samen manifesteren ze een zonnige zomer de komende week op FunX, met hun DiXte: ‘Punta Cana’.
Ik werk bij FunX. Elke week communiceer ik daar welke nieuwe muziek we gaan draaien. Dat had gekund in een simpele, korte, mail. Maar dat is uiteraard niet wat ik doe.
